In het kort
Bio-energie is energie uit planten, hout, mest of afval. Het label "groen" past bij de ene bron en niet bij de andere. Zaagsel, resthout, mest en gebruikte frituurolie zijn geschikte grondstoffen. Hele bomen en voedselgewassen zijn dat minder. Een houtkachel stoot veel meer fijn stof uit dan een gasketel of warmtepomp, en een pelletkachel waarschijnlijk ook meer dan die twee. Of hout "CO2-neutraal" is, hangt af van de tijd die het bos nodig heeft. "Groen gas" in uw contract is een certificaat, geen apart gas in uw leiding. Vervangt u een gas- of mazoutketel, onderzoek dan eerst of een warmtepomp mogelijk is.
Veelgehoord: wat klopt er?
| Wat u hoort | Klopt het? | Waarom |
|---|---|---|
| "Pellets zijn CO2-neutraal." | Hangt ervan af | Bij zaagsel en resthout bijna wel, bij hele bomen kan het decennia tot honderden jaren duren. |
| "Uit een pelletkachel komt geen extra CO2, de boom nam het eerst op." | Klopt niet | Per kWh brandstof stoot de schoorsteen ongeveer twee keer zoveel CO2 uit als een gasketel. Of het bos dat terugneemt, en hoe snel, hangt van de grondstof af. |
| "Houtstoken is natuurlijk en dus gezond." | Klopt niet | Houtrook bevat fijn stof en PAK's, en de VMM noemt PAK's kankerverwekkend. |
| "Biogas uit afval is altijd groen." | Klopt gedeeltelijk | Afval is een geschikte grondstof, maar methaanlekken kunnen de winst verkleinen. |
| "Biobrandstof in de tank is beter voor het klimaat." | Hangt ervan af | Afvalolie meestal wel, palmolie niet. Bij voedselgewassen hangt het af van het landgebruik. Aan de pomp kiest u dat niet zelf. |
| "Een pelletkachel is groener dan een warmtepomp." | Hangt ervan af | Telt u het CO2 van hout als nul, dan liggen ze in dezelfde orde van grootte. Op fijn stof wint de warmtepomp duidelijk. |
Wat is biomassa?
Biomassa is alles wat uit planten, bomen of dieren komt en als brandstof dient. Brandhout, pellets, mest, groenafval, frituurolie en maïs zijn voorbeelden. Biogas, bio-ethanol en biodiesel zijn brandstoffen uit biomassa.
Het CO2 uit biomassa heet biogeen CO2. Fossiel CO2 komt uit aardolie, steenkool of aardgas. Die lagen miljoenen jaren onder de grond.
Is hout CO2-neutraal?
Wat de boekhouding zegt
De klimaatregels van de VN (IPCC-richtlijnen van 2006) tellen het CO2 van gestookt hout niet mee bij de energie. Landen melden het bij landgebruik en bossen (de sector AFOLU). Zo telt een land hetzelfde CO2 niet twee keer. Dat is een afspraak over boekhouden. De atmosfeer houdt zich daar niet aan: CO2 uit hout warmt de lucht net zo op als CO2 uit gas.
Wat de natuur doet
Hout dat brandt, geeft in enkele uren CO2 vrij. Een bos neemt dat in tientallen tot honderden jaren weer op. Dat hangt af van het soort hout en van wat er na de oogst met het bos gebeurt. Zolang zit er extra CO2 in de lucht. De Europese academies van wetenschappen (EASAC) vergelijken dit met een lening (koolstofschuld) die het bos later aflost. Bij hele bomen is die lening groot.
De Amerikaanse studie van Sterman en collega's (Environmental Research Letters, 2018) rekende dit door voor bossen in het oosten van de VS. De koolstofschuld duurt na kaalkap 44 tot 104 jaar, afhankelijk van het bostype. In die berekening blijft de grond bos en vervangt hout steenkool in een elektriciteitscentrale. De auteurs waarschuwen dat de schuld groter wordt als hout aardgas vervangt. Aardgas stoot per kWh minder CO2 uit dan steenkool (IPCC-cijfers).
Waar de critici en de verdedigers gelijk hebben
De critici hebben gelijk dat "hout is altijd neutraal" te simpel is. EASAC schrijft dat de terugbetaling van tientallen tot honderden jaren kan duren en dat het klimaat in die tijd lijdt. Het JRC, de onderzoeksdienst van de Europese Commissie, zag in 2021 ook een verschil tussen de gemelde oogst en het gemelde gebruik van hout. De oogst lijkt onderschat. Volgens het JRC kan dat verschil aan de energiesector liggen.
De verdedigers hebben gelijk bij restmateriaal. EASAC zegt dat energie uit afval en dunningshout na korte tijd CO2-neutraal of beter kan zijn. Zaagsel van een zagerij ligt anders te verrotten, en dan komt het CO2 ook vrij. Wat telt, is dus de tijd en de grondstof, niet het woord "hout".
Wat Europa vraagt
De Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (RED III) stelt strengere regels voor bosbiomassa: geen oogst in oerbossen of op veen, en grenzen aan grote kaalkap. De duurzaamheidsregels en de regels voor broeikasgasbesparing gelden voor installaties vanaf 7,5 MW thermisch vermogen bij vaste biomassa. Uw kachel of ketel thuis valt daar niet onder. Voor pellets in uw eigen kachel vraagt de richtlijn dus geen herkomstcontrole.
Pellets en houtstook thuis
Wat het ENplus-label zegt
ENplus is een kwaliteitslabel voor pellets, beheerd door de European Pellet Council, de organisatie van de pelletsector. Het label toetst de pellet zelf: bij klasse A1 maximaal 0,7 procent as en minstens 4,6 kWh per kg. Voor A1 laat het label ook stamhout toe, niet alleen restmateriaal. Dat staat in het ENplus-handboek (versie 2015). ENplus zegt dus iets over de kwaliteit van de pellet, niet over het bos. Wilt u meer zekerheid over de herkomst, vraag dan naar pellets van zaagsel of naar een bosbeheerlabel zoals PEFC of FSC.
Wat uit de schoorsteen komt
De tabel toont de uitstoot in de woning. Voor de warmtepomp telt de uitstoot bij de stroomproductie.
| Verwarming | CO2 per kWh brandstof | Fijn stof (PM2.5) per kWh brandstof | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Gasketel | 202 g | ongeveer 0,1 mg | fossiel |
| Mazoutketel | 267 g | ongeveer 3 mg | fossiel |
| Hout in Duitse huishoudens (gemiddelde) | 403 g | ongeveer 185 mg | biogeen CO2, alle toestellen samen |
| Pelletkachel of -ketel | 403 g | geen vergelijkbaar cijfer gevonden | biogeen CO2 |
| Warmtepomp | 131 tot 185 g per kWh stroom, dus 33 tot 66 g per kWh warmte | geen uitstoot in huis | CO2 in de centrale, inclusief de keten |
PM2.5 is fijn stof dat kleiner is dan 2,5 micrometer en diep in de longen komt. De CO2-cijfers komen uit de IPCC-standaardwaarden voor huishoudens, omgerekend naar kWh brandstof. Het fijn stof komt uit de Duitse nationale inventaris (UBA, 2026), gemeten zonder de delen die pas in de lucht condenseren. Daardoor liggen de absolute cijfers waarschijnlijk te laag. De verhouding is wel duidelijk: hout stoot een veelvoud van een gasketel uit. De inventaris geeft geen cijfer voor pellets. Pelletkachels moeten aan strengere grenzen voldoen dan houtkachels (zie hieronder). Een pelletcijfer dat met gas te vergelijken is, ontbreekt, dus de vergelijking van pellets met gas is indicatief.
Voor de Belgische stroom gebruikt de tabel twee bronnen, omdat ze verschillen. De Université de Liège (technisch rapport, 2026, zonder beoordeling door vakgenoten) komt op 131 g per kWh in 2025, gebaseerd op Elia. Electricity Maps (2025) komt op 185 g, volgens een andere methode. Voor het seizoensrendement van de warmtepomp (kWh warmte per kWh stroom over een jaar) gebruikt de tabel 2,8 tot 4,0, met ongeveer 3 als middenwaarde. De 2,8 is de mediaan van een Britse proef met lucht-warmtepompen in woningen (Energy Systems Catapult, 2023). Fraunhofer ISE mat gemiddeld 3,4 in 61 lucht-waterinstallaties in Duitsland. De 4,0 is een cataloguswaarde uit laboratoriummetingen, dus een waarde op papier. In de tests van Test-Aankoop ligt het laagste seizoensrendement op 2,3 en het gemiddelde net boven 3. Belgische veldmetingen zijn niet gevonden. Gedeeld door 2,8 tot 4,0 komt dat op 33 tot 66 g per kWh warmte (131 gedeeld door 4,0 is 32,75 g, 185 gedeeld door 2,8 is 66,07 g). Bij een rendement van ongeveer 3 is dat 44 tot 62 g. Het is een indicatieve berekening. Bij gas, mazout en hout toont de tabel alleen de schoorsteen, zonder de keten.
Rekent u het CO2 van hout als nul, dan blijft volgens de Energie-Atlas Bayern (een Duitse deelstaatsite, zonder jaar of bron) ongeveer 18 g per kWh over voor de keten. Dat cijfer is niet onafhankelijk gecontroleerd. Het is lager dan de 33 tot 66 g van de warmtepomp. Daarom staat bovenaan "hangt ervan af" en niet "klopt niet". Over die boekhoudkundige nul loopt de discussie.
Wat de regels zijn
Volgens de VMM is gebouwenverwarming, vooral houtstook, de belangrijkste bron van primair fijn stof in Vlaanderen. De VRT schreef in 2024 dat ruwweg 600.000 gezinnen in Vlaanderen een houtkachel gebruiken als hoofd- of bijverwarming (een schatting). Voor uw eigen kachel gelden weinig regels (stand volgens de VRT, 2024 en februari 2026). Een nieuwe Vlaamse regel voor 2026 is niet gevonden.
- U mag alleen schoon, onbehandeld hout stoken, geen afvalhout. Niemand controleert dat.
- Nieuwe toestellen moeten voldoen aan de Europese ecodesign-eisen. Sinds 1 januari 2022 geldt een grens van 20 mg fijn stof per m³ rook voor gesloten pelletkachels en van 40 mg per m³ voor gesloten houtkachels.
- Er is geen meldingsplicht voor een kachel en geen algemene regel voor de plaats of de hoogte van de schoorsteen. Gemeenten kunnen eigen regels maken.
- Bij de informatiedrempel van 35 µg/m³ PM2.5 (glijdend 24-uursgemiddelde) vraagt de VMM u niet te stoken. Dat is een advies, geen verbod.
Volgens de VRT schrijft een VMM-rapport van december 2025 dat men de uitstoot van nieuwe toestellen wellicht onderschat. De VMM raadt wie toch hout wil stoken een automatisch gestuurde pelletkachel aan, liever dan een houtkachel.
Premie en kosten
Vlaanderen geeft geen premie voor een pelletketel of pelletkachel. Dat staat op de pagina van Vlaanderen, die geen datum draagt (bekeken op 30 oktober 2026). Een gemeente of provincie kan dat wel. Controleer het via de Premiezoeker. Voor een warmtepomp bestaat wel Vlaamse steun. Zie het artikel "Warmtepomp: is uw huis klaar?".
Pellets kostten in september 2026 gemiddeld € 6,75 per zak van 15 kg (Test-Achats), dus € 0,45 per kg. Een gemiddeld gezin heeft volgens het Test-Aankoop-dossier ongeveer 4 ton per jaar nodig. Dat kost rond € 1.800, plus een plaats om de pellets te bewaren. Per kWh warmte komt dat op 11 tot 12 cent, als uw toestel 80 tot 90 procent rendement haalt (eigen berekening, met 4,6 kWh per kg voor ENplus A1). Een warmtepomp met een seizoensrendement van 2,8 tot 4,0 is even duur in gebruik als de stroom 30 tot 49 cent per kWh kost (eigen berekening). Controleer op uw factuur wat u nu betaalt.
Biogas en groen gas
Biogas ontstaat als bacteriën mest, voedselresten, rioolslib of maïs afbreken zonder zuurstof. Een installatie zuivert het tot biomethaan, dat dezelfde kwaliteit heeft als aardgas en in het gasnet kan. Aquafin en Fluvius plannen dat bij rioolslib: vijf zuiveringsstations moeten samen 40 GWh per jaar leveren, genoeg voor 2.650 gezinnen (Fluvius, 14 oktober 2024, nog een plan).
Mest en voedselafval geven ook zonder installatie methaan af, zegt het Internationaal Energieagentschap (IEA). Voor maïs is een akker nodig die ook voedsel kan leveren. Volgens het IEA verschuift Europa van energiegewassen naar mest, resten en afval.
Methaan is zelf een sterk broeikasgas. Lekt het, dan krimpt de winst. Het IEA (rapport van mei 2025) noemt metingen op hele installaties: gemiddeld lekt ongeveer 2,4 procent bij landbouwbiogas en 7,5 procent bij waterzuivering. Grote installaties lekken ongeveer 2 procent, kleine en middelgrote 5,5 procent. Ter vergelijking noemt het IEA 1,2 procent voor olie en gas wereldwijd in 2024. Volgens het IEA moeten installaties digestaat (wat na de vergisting overblijft) gesloten opslaan, restgassen verbranden en lekken opsporen en herstellen om de milieuwinst te behouden.
Wat krijgt u als u groen gas koopt? Biomethaan stroomt door hetzelfde aardgasnet als ander gas (Fluvius). Een garantie van oorsprong (GO) is een certificaat dat bewijst waar de geproduceerde energie vandaan komt. Voor gas loopt dat via Fluxys. Met een GO toont een afnemer aan dat zijn verbruik hernieuwbaar is. Aquafin verkoopt zijn groengascertificaten aan bedrijven, en dat helpt de installatie te betalen. In uw leiding komt dus geen apart groen gas aan. Uw ketel gebruikt het gas uit het net. Het certificaat toont dat een producent elders een gelijke hoeveelheid groen gas maakte. Vraag uw leverancier welke grondstof erachter zit.
Biobrandstoffen aan de pomp
Benzine E10 bevat tot 10 procent bio-ethanol. Diesel B7 bevat tot 7 procent biodiesel (norm EN 590, volgens de FOD Economie). Aan de pomp vindt u ook B10, met tot 10 procent biodiesel. E10 staat sinds 1 januari 2017 aan de Belgische pomp. Volgens Febiac (via Carbu, 2017) kan ongeveer 98 procent van de benzinewagens met bouwjaar vanaf 2000 E10 gebruiken. Voor oudere wagens is Super 98 het advies. E10 bevat iets minder energie, dus het verbruik stijgt licht.
Eerste generatie biobrandstoffen komen van voedselgewassen als maïs, koolzaad of palmolie. Voor deze gewassen kan elders bos of grasland verdwijnen. Dat heet indirecte landgebruiksverandering (ILUC), en het CO2 dat daarbij vrijkomt kan de winst teniet doen. De EU beperkt biobrandstoffen van voedsel- en voedergewassen tot hoogstens 7 procent van het energieverbruik in vervoer. Het aandeel brandstoffen met een hoog ILUC-risico moet in 2030 nul zijn.
Palmolie staat bij de EU op die lijst. Het Europees Parlement noemt dat "wetenschappelijk robuust en onbetwist" (resolutie van 8 juli 2026). Soja is omstreden. De Commissie nam op 10 april 2026 een tekst aan die soja toevoegt. Het Parlement maakte op 8 juli 2026 bezwaar, met 388 stemmen tegen 248. Volgens het Parlement kan die tekst daardoor niet in werking treden, en moet de Commissie een nieuwe tekst voorleggen. Soja staat dus nu niet op de lijst. Een nieuwe tekst van de Commissie is niet gevonden. In België telt palmolie sinds 1 januari 2023 en soja sinds 1 juli 2023 niet meer mee voor de bijmengplicht. Dat staat in een wet van 16 december 2022, zoals de minister in 2023 aan de Kamercommissie uitlegde. Het wetsontwerp bevat uitzonderingen voor afvalgrondstoffen en voor brandstoffen met een certificaat voor laag ILUC-risico. De tekst in het Staatsblad is niet nagekeken.
Biobrandstoffen uit afval en resten, zoals gebruikte frituurolie en dierlijk vet, doen het vaak beter voor het klimaat. Voor die twee telt in de EU-regels hoogstens 1,7 procent van de energie in vervoer mee. België moet de nieuwe Europese regels voor vervoer (RED III) nog omzetten in Belgisch recht. Een officiële bron over de stand van die omzetting is niet gevonden.
Waar bio-energie wel past
Bio-energie past volgens de bronnen in dit artikel het best bij afval en resten die er toch zijn: zaagsel, mest, rioolslib, gebruikte frituurolie. Ook voor warmte in de industrie, waar elektrisch verwarmen moeilijk is, wordt bio-energie vaak genoemd. Minder goed past ze bij hele bomen en bij gewassen die voedsel of grond verdringen. In een woning waar een warmtepomp kan, geeft hout stoken, met de CO2 van de schoorsteen meegeteld, meer CO2 per kWh warmte en meer fijn stof uit de schoorsteen dan een warmtepomp. Telt u het CO2 van hout als nul, dan hangt het oordeel over CO2 af van de keten (zie hierboven).
Wat nu?
- Schrijf uw gas- of mazoutverbruik van de laatste drie jaar op.
- Test of uw huis klaar is voor een warmtepomp. Lees daarvoor "Warmtepomp: is uw huis klaar?".
- Hebt u toch een pelletkachel in gedachten, vraag dan op de offerte naar ENplus A1, de herkomst van het hout en het rendement. Vraag ook bij uw gemeente naar premies.
- Hebt u een houtkachel? Stook droog hout. De VMM koppelt nat hout aan slechte verbranding. Stook niet als de VMM een stookadvies geeft.
Bronnen en disclaimer
- Premies: Vlaanderen, premies voor een pelletketel.
- Fijn stof en regels: VMM, persbericht 10 maart 2025, VMM, Hout het gezond, VMM, fijn stof, VRT 2024 en 2026 (nieuwsberichten die de VMM aanhalen), ecodesign-eisen voor kachels, verordening (EU) 2015/1185, bijlage II (kopie van de EU-tekst), Duitse emissie-inventaris.
- CO2 en koolstofschuld: IPCC-richtlijnen 2006, EASAC, 2018, Sterman e.a., 2018, JRC, 2021, Europese Commissie over biomassa, Belgische stroomuitstoot, ULiège (technisch rapport), Electricity Maps, België 2025, Energy Systems Catapult, Electrification of Heat, 2023 (Britse veldproef), Fraunhofer ISE, 2025 (Duitse veldproef), Test-Aankoop, rendement van een lucht-waterwarmtepomp (tests en cataloguswaarden), Energie-Atlas Bayern (bron niet vermeld), RED III, richtlijn (EU) 2023/2413, tekst van de Raad.
- Pellets: ENplus-handboek deel 3 (van de sector zelf, versie 2015), Test-Achats, prijs, Test-Aankoop, hernieuwbare verwarming.
- Biogas: Fluvius, Aquafin, IEA, Outlook for Biogas and Biomethane, mei 2025, garantie van oorsprong.
- Brandstoffen: Europese Commissie over biobrandstoffen, Europees Parlement, 8 juli 2026, FOD Economie, brandstoflabels (B7, B10), ACEA over E10 en B7, Belgische Kamer, wetsontwerp 55-3017 (palm en soja), Belgische Kamer, verslag 55-3435/002, Carbu over E10.
Disclaimer: Dit is algemene informatie, geen persoonlijk advies. Regels, premies en prijzen veranderen. Controleer ze voordat u beslist. Stand: 30 oktober 2026.
Auteur: Wouter Hermans
Blijf op de hoogte van Bronsgroen
Eens per maand nieuws over onze projecten in Limburg, activiteiten en hoe u kunt meedoen. Uitschrijven kan altijd.